Koffie van Hoorn - Hoe koffie de wereld veroverde

Het verhaal van koffie is het waard te vertellen. Een eeuwenoude wereldreis, vol gevaar en avontuur. Een verhaal dat wij graag met je delen, bij ons in de branderij / schenkerij. Een verhaal dat reist over tal van grenzen en zeeën.

De koffieplant komt van oorsprong uit Ethiopië, waar hij nog in het wild te vinden is. De legende gaat over een geitenhoeder die op een dag merkte dat zijn geiten wel erg kwiek bleken na het eten van de bessen van een bepaalde plant….

Het koffieverhaal begint dan wel in Ethiopië, in Jemen begon de productie en verspreiding van koffie. Destijds was Jemen een van de drukste plaatsen ter wereld; zijn belangrijkste haven, Mocha (AL MUKHA), was het centrum.

Al vermoeden sommige deskundigen dat de verbouw van koffieplanten in Jemen al begon in 575 na Christus, zeker is dat in de 15e eeuw de producenten van koffie in elk geval vaste grond onder de voeten hadden gekregen en koffie zijn reis naar andere delen van de wereld begon.

Onvruchtbare bessen
Zoals de Chinezen de thee als beschermd eigen artikel zagen, werd koffie door de Arabieren beschouwd als hun exclusieve product. Koffiebonen zijn de zaden van de koffieplant; als ze uit de bes zijn gehaald, zijn ze onvruchtbaar, alleen in deze vorm mochten de zaden worden geëxporteerd.

Koffie om te overleven
De manier waarop koffie vanuit Arabië werd verspreid, weerspiegelt een verhaal van de manier waarop koffie in Arabië terechtkwam: Soedanese slaven werden via Ethiopië naar Arabië gebracht. Zij namen koffiebessen mee om hun overlevingskansen te vergroten. Zo kwamen de bessen in Arabië terecht. Het was dus logisch dat pelgrims op weg naar Mekka, in het centrum van de moslimwereld, koffiebonen meenamen.

De reis naar het Verre Oosten
Geruchten gaan dat de Arabieren zelf al in 1505 koffie naar Sri Lanka (voorheen Ceylon) brachten, maar de man die het meest wordt geassocieerd met de verspreiding van koffie naar het verre oosten is Baba Budan, die in de 17e eeuw terugkeerde van een pelgrimstocht en vanuit Mekka enkele vruchtbare bessen had meegenomen naar huis, in het zuidwesten van India. Vroeg in de 17e eeuw wedijverden Duitse, Franse, Italiaanse en vooral Nederlandse kooplieden met elkaar om de introductie van koffie in hun overzeese kolonies.

Koloniale koffie
De Nederlanders wonnen in 1616, toen een koffieplant via Mocha naar Nederland werd gebracht; in 1658 waren de Nederlanders begonnen met het verbouwen van koffie op Sri Lanka. Een van de belangrijkste personen in de geschiedenis van koffie was de burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen. In 1696 opperde hij tegenover Adriaan van Ommen, de gezaghebber in Malabar, het idee dat koffie op Java - destijds in bezit van Nederland- zou kunnen groeien. Er werden koffiezaden geplant op de Kedawoeng-plantage, Batavia (nu Jakarta). De oogst mislukte, maar in 1699 nam Henricus Zwaaydecroon stekjes mee van Malabar naar Java en deze sloegen goed aan. Dit was het begin van de eerste Indonesische koffieplantage, er volgden vele andere.
 
De opmars
In 1706 werden de eerste koffiemonsters van Java en een Javaanse koffieplant naar Amsterdam gestuurd, waar de plant werd gekoesterd in botanische tuinen. Zaden van de plant werden verzonden naar tuinliefhebbers in heel Europa. Intussen breidden de Nederlanders hun productie uit op Sumatra en Celebes in Indonesië, dat het eerste commerciële exportland van koffie werd. Tegenwoordig staat het als producent en exporteur op de vierde plaats.

Koffie voor de Zonnekoning
Pogingen om koffieplanten van Nederland naar Frankrijk te brengen mislukten, tot in 1714 een boompje van 1,5 meter vanuit Amsterdam naar Lodewijk XIV werd gezonden. Dit boompje, dat werd overgebracht naar de Jardin des Plantes in Parijs, is de aanwijsbare voorouder van alle eerste koffieplanten die werden verbouwd in de meeste Franse kolonies en in Zuid- en Midden Amerika en het Caribisch gebied. In 1725 werden koffieplanten bijvoorbeeld naar het eiland Bourbon (tegenwoordig Reunion) gebracht, dat al snel koffie ging exporteren.

Fanatieke beschermer
Een van de meest romantische verhalen over koffie is dat van Gabriel de Mathieu de Clieu, een Franse marineofficier die in dienst was op Martinique. Tijdens een verlofperiode die hij doorbracht in Parijs bemachtigde hij enkele koffieplanten, die hij wilde meenemen naar Martinique. Dit kan geweest zijn in 1720 of 1723; of wellicht heeft hij de reis twee keer gemaakt omdat de eerste zending het niet had overleefd. In elk geval is het zo dat de Clieu vertrok vanuit Nantes met aan boord van het schip de best verzorgde planten aller tijden. De plant stond op het dek onder glas, voor de nodige warmte en ter bescherming tegen het zoute water.

Gevaar op de loer
Het logboek van de Clieu maakt melding van een hevige storm. Ook vertelt het hoe een jaloerse vijand van de Clieu probeerde de plant te vernietigen; hij scheurde zelfs een tak af tijdens een worsteling. Later werd het schip door windstilte overvallen en ontstond er een tekort aan drinkwater. De onzelfzuchtige de Clieu deelde zijn waterrantsoen met de plant. De Clieu kwam uiteindelijk veilig aan op Martinique en de koffieplant werdt geplant bij Prechear, omgeven door doornstruiken en 24 uur per dag bewaakt door slaven. De plant deed het goed en werd vermeerderd; in 1726 was de eerste oogst een feit. In 1777 waren er volgens overlevering 18.791.680 koffieplanten op Martinque, van waar planten naar Haïti, Santo Domingo en Guadeloupe werden gebracht.

Monument voor De Clieu
De Clieu heeft de gevolgen van zijn grootse daden niet meegemaakt; hij stierf- als gerespecteerd en waarschijnlijk rijk man van 88 jaar oud- in Parijs op 30 november 1724. In 1918 werd er ter ere van hem een monument opgericht in de botanische tuin van het Fort de France op Martinique. Pas in 1718, toen de Nederlanders koffieplanten naar Suriname brachten, kwam koffie terecht in Zuid-Amerika, dat al snel het koffiecentrum van de wereld werd. De eerste plantage werd in 1727 gevestigd in Para, Brazilië, met planten uit Frans Guyana. Een andere plantenvarieteit, uit Goa, werd verbouwd rond Rio de Janeiro.

Britse inmenging
In 1730 introduceerden de Britten koffie op Jamaica, waarmee de lange, fascinerende geschiedenis van de Blue Mountainkoffie begon. Tussen 1750 en 1760 begon de verbouw van koffie in Guatemala. In 1779 bracht Don Francisco Xavier Navarro planten van Cuba naar Costa Rica- en in 1790 werd koffie voor het eerst verbouwd in Mexico. In 1825 werden koffiezaden van de plantage bij Rio de Janeiro naar Hawaii gebracht, waar tegenwoordig de enige echte koffie van de VS vandaan komt.

Afrika en Australië
In 1878 was de cirkel bijna rond, toen de basis voor de Keniaanse koffieproductie werd gelegd door Britse kolonisten; zij introduceerden koffieplanten in Brits Oost-Afrika, die in 1901 werden vermeerderd met behulp van planten van Reunion. In 1887 vestigden de Franse een plantage in Tonkin (nu Vietnam) en in 1896 werden koffieboompjes geplant in Queensland in Australië. Zo werd het Arabische geheim uiteindelijk verspreid over de hele wereld.

Ambachtelijke Koffiebranderij en Schenkerij